Werkhondenkennel "Van Theyzenhof"

Home
Standaardeisen
Wat verwacht ik van een hond?
Mijn reu'en
Mijn teven
Pups.
Gefokte honden
Contacteer mij.
Links
Keuze en kweek van de hond
 
Voor een beginnende africhter is het te verkiezen dat hij zelf een hond opkweekt van jongsaf, omdat de hond dan gemakkelijker te vormen is naar eigen gewoonten, en de eigenaar in kwestie een hele schat van kennis kan opdoen alvorens met de africhting aan te vangen. Bovendien weet de aspirant-africhter dan zeker dat zijn hond de gewenste voeding heeft ontvangen, wat een leek zeker niet weet te onderscheiden bij aankoop van een half- of volwassen hond. De voeding speelt natuurlijk een zeer grote rol in het leven, zo van mens als van dier. Daarom zal ook de voeding en de opleiding van uw jonge hond er zodanig naar geregeld zijn dat hij met de africhting begint.
Welke eigenschappen zal een jonge hond, voorbestemd voor onze africhting, dienen te bezitten?
  1. KARAKTERVOL zijn
  2. Flinke bouw hebben en dus LICHAAMSSTERKTE
  3. De LENIGHEID van een kat
  4. De ADEM van een koerspaard
  5. APPORTEERLUST

Dus eerst en vooral een prima karakter. Als het daar nu mangelt, schaf u dan gauw een andere aan want u zult het nooit ver brengen. Om uw kans op een goed karakter bij de keuze van een jonge hond zo hoog mogelijk te maken, koop dan bij bekende kwekers (met stambomen) en dan nog uit kruisingen van 2 beste karakters. Van het grootste belang is alleszins dat u alleen een hond koopt uit 2 honden met grote werklust! Het is een zeldzaam toeval als 2 honden van onbekende afstamming goede jongen voor ons "werk" voort geeft!

Het karakter in een jonge hond kunt u nooit met zekerheid zo maar op het oog ontdekken. Het moet nog ontgroeien, openbloeien en ,,boven'' komen, na weken van de leeftijd aangemoedigd zijn voor een koper . Ik geef u slecht 1 voorbeeld, zodat u zich een idee zou kunnen vormen. Doe nooit een hond te vroeg weg heb een hond gekweekt waar ik totaal geen intresse in had en deze is in mijn club gekomen en op 7 maand beet hij op vol kostuum en gaat voor niks of niemand achteruit. En had toen persoonlijk deze hond niet gekozen om zelf te houden!

 

 

Hoe je volgens MIJ moet fokken
 
De vaderhond is een hond die bij het merendeel van de fokkers meer in de belangstelling staat dan de moederhond. Immers, hij is de hond die, wanneer het tenminste een veel gebruikte reu betreft, de aandacht trekt door zijn goede nakomelingen. De teven door hem gedekt zijn weet men zich meestentijds niet te herinneren. Dit is een absoluut verkeerde opvatting want, het is al eerder gezegd, het is niet de reu die zaligmakend is. Het meeste ongeveer 70% komt van de teef die men soms als de minst invloedrijke fokpartner wil schetsen. Het is zelfs geen fifty-fifty iets wat men eveneens bijna met de regelmaat van de klok hoort verkondigen. 
 
 
De indertijd rasdeskundige en verdienstelijk fokker, Brit Baldwin sprak in dit verband zijn mening uit :
Een goede dekreu ook goed voor de portemonnaie!
En als hij moest kiezen tussen een reu en een teef, dan koos hij een teef want een goede dekreu kun je overal wel vinden , terwijl het bijna onmogelijk is een goede fokteef te kopen.
 
 
 
Mannelijke lijnen:
In de fokkerij spreekt men vaak over de mannelijke lijnen. Daarmee bedoelt men de rechtstreekse en zijlijnen uitgaande via de uitsluitende mannelijke lijnen van de eerste officieel geregistreerde hond en zijn nakomelingen. Door hun veelvuldig gebruik - bij sommige rassen geeft een reu soms veertig en meer dekkingen per jaar af - komt het voor dat bepaalde hoedanigheden van de nakomelingen opvallen.